Veelgestelde vragen over pensioen, jaarruimte en lijfrente
Alles over jaarruimte, reserveringsruimte, factor A, lijfrente en pensioenbeleggen — in gewoon Nederlands. Elke vraag heeft een eigen link, dus je kunt een antwoord direct delen.
Pensioenbeleggen in box 1 is meestal een lijfrente-beleggingsrekening (ook wel: lijfrentebeleggingsrecht). Je legt geld in op een geblokkeerde rekening die bedoeld is om later een periodieke uitkering (lijfrente) van te kopen. Je hebt vaak belastingvoordeel bij inleg (aftrek) en betaalt later belasting bij de uitkering.
Link naar deze vraagNee. Bij box 3-beleggen betaal je (in beginsel) vermogensheffing en heb je geen specifieke pensioenregels. Bij box 1 pensioenbeleggen gaat het om een fiscaal gefaciliteerd pensioenproduct met voorwaarden: je geld staat vast en uitkeren moet volgens regels. Het saldo valt niet onder box 3-heffing zolang het in de lijfrente "verpakt" zit.
Link naar deze vraagDe belangrijkste redenen:
- Belastingaftrek over de inleg (als je jaarruimte/reserveringsruimte hebt).
- Geen box 3-heffing over het opgebouwde vermogen in de lijfrenterekening.
- Je bouwt gericht extra pensioen op als je pensioentekort hebt (bijv. zzp'ers, werknemers met weinig opbouw).
Vooral voor mensen die:
- Geen of weinig pensioen via werkgever opbouwen (bijv. zelfstandigen).
- Wel pensioen opbouwen, maar een gat hebben (bijvoorbeeld door parttime, studie, werkloosheid, late start).
- In een hogere schijf zitten nu en later mogelijk lager belast worden (klassiek "nu aftrekken, later betalen").
Jaarruimte is het maximale bedrag dat je in een jaar fiscaal aftrekbaar mag inleggen voor lijfrente (waaronder pensioenbeleggen), gebaseerd op jouw pensioentekort. Heb je geen pensioentekort, dan is er (meestal) geen aftrek.
Link naar deze vraagMet onze Pensioen planner. In de praktijk heb je doorgaans gegevens nodig zoals:
- Je inkomen van het vorige jaar (jaaropgaaf / IB-aangifte).
- Je pensioenopbouw via werkgever (zoals factor A op je UPO, afhankelijk van regeling).
In veel uitleg wordt een vorm gebruikt waarbij je ruimte afhangt van een percentage van je premiegrondslag, minus een correctie voor al opgebouwde pensioenrechten (bijvoorbeeld factor A). Sinds de aanpassingen rondom de pensioenwetgeving is het percentage dat terugkomt in uitleg vaak 30% van de premiegrondslag (binnen maxima), met een vermindering voor bestaande opbouw.
Belangrijk: de exacte berekening en input hangt af van jouw pensioensituatie en het belastingjaar; gebruik daarom de Belastingdienst-tool als leidend.
Link naar deze vraagReserveringsruimte is de opgetelde, niet-benutte jaarruimte van eerdere jaren die je later alsnog kunt gebruiken. In veel gevallen mag je dit tot 10 jaar terug meenemen.
Link naar deze vraagOmdat ongebruikte jaarruimte kan verlopen. Daarom adviseren veel partijen om (als je gaat inleggen) te kijken of je eerst "oude ruimte" benut.
Link naar deze vraagJa. Je kunt een pensioentekort hebben óók als je via werk pensioen opbouwt. De jaarruimte houdt rekening met wat je al hebt opgebouwd (bijv. via factor A of premiegegevens), waardoor er alsnog ruimte kan ontstaan.
Link naar deze vraagInleg telt doorgaans mee in het jaar waarin je betaalt/stort. Veel mensen storten daarom uiterlijk voor 31 december om het in dat kalenderjaar te laten vallen.
Link naar deze vraagDan is dat "te veel" fiscaal gezien: het meerdere is niet aftrekbaar en kan later gedoe geven bij belasting over uitkeringen. Diverse aanbieders waarschuwen dat je dan actie moet ondernemen (bijvoorbeeld corrigeren) om dubbele belasting te voorkomen.
Link naar deze vraagAlleen als je:
- Voldoende jaarruimte/reserveringsruimte hebt, én
- Voldoende box 1-inkomen hebt om de aftrek te benutten.
Anders kan het voordeel lager uitvallen of (in extreme gevallen) ongunstig zijn.
Link naar deze vraagHet principe is: je mag (binnen je ruimte) je inleg aftrekken van je inkomen in box 1. Daardoor betaal je nu minder inkomstenbelasting. Later, als je uitkeringen ontvangt, betaal je daarover dan inkomstenbelasting.
Link naar deze vraagNee, zolang het geld in een erkende lijfrenterekening/lijfrentebeleggingsrecht zit, valt het saldo voor de heffing niet in box 3.
Link naar deze vraagUitkeringen uit lijfrente tellen mee als inkomen in box 1. Ze vallen onder de categorie pensioen/uitkeringen die je in de aangifte inkomstenbelasting moet opgeven.
Link naar deze vraagNa het bereiken van de AOW-leeftijd betaal je in elk geval geen AOW-premie meer over box 1-inkomen, waardoor het effectieve tarief vaak anders (vaak lager) uitpakt dan tijdens je werkende jaren. Daarom kiezen mensen soms om (waar toegestaan) uitkeringen later te laten starten.
Link naar deze vraagBij periodieke uitkeringen houdt de uitkerende partij doorgaans loonheffing in, maar je rekent uiteindelijk via je IB-aangifte af op basis van je totale inkomen.
Link naar deze vraagJa. Een aftrekbare lijfrentepremie verlaagt je verzamelinkomen, en dat is het inkomen waarmee de Dienst Toeslagen rekent. Je zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget kan daardoor stijgen in het jaar dat je inlegt. Later tellen de uitkeringen juist mee als inkomen. Hoe groot dat effect is verschilt per persoon; daarom is het slim om dit mee te nemen in je planning.
Link naar deze vraagDe Belastingdienst onderscheidt grofweg:
- Een lijfrenteverzekering (verzekeraar).
- Een lijfrenterekening (banksparen).
- Een lijfrentebeleggingsrecht (beleggen).
- Pensioenbeleggen: je rendement is onzeker (koersen), maar op lange termijn kan het hoger uitvallen.
- Pensioensparen/banksparen: meestal stabieler, vaak meer "zekerheid" over saldo (afhankelijk van product), vaak ervaren mensen dit als minder volatiel.
Sommige partijen bieden combinaties of de mogelijkheid om binnen de pensioenoplossing te kiezen hoe je risico spreidt (bijv. meer obligaties/defensief naarmate de einddatum nadert). Hoe dit exact werkt verschilt per aanbieder.
Link naar deze vraagGeblokkeerd betekent: het vermogen is bedoeld voor pensioen en je kunt het niet vrij opnemen wanneer je wilt. Als je dat toch doet (afkoop), volgen meestal fiscale consequenties.
Link naar deze vraagBij het bereiken van de contractuele einddatum moet je de uitkeringsfase regelen (termijnen vaststellen of omzetten). De Belastingdienst noemt dat je dit op tijd moet doen, anders kan het worden behandeld alsof je het hebt afgekocht.
Link naar deze vraagDe Belastingdienst geeft aan dat je op de contractuele einddatum moet omzetten/termijnen vaststellen, en dat dit in het jaar zelf of het kalenderjaar erna kan.
Link naar deze vraagDan kan de Belastingdienst het behandelen als afkoop. Dat is meestal fiscaal ongunstig (belasting over het geheel en mogelijk revisierente/extra heffing).
Link naar deze vraagJa, de Belastingdienst beschrijft dat je in bijzondere omstandigheden uitstel kunt vragen door een verzoek te sturen en je situatie toe te lichten.
Link naar deze vraagJe kiest bij een lijfrente meestal een startmoment binnen de fiscale spelregels (o.a. gekoppeld aan AOW-leeftijd en productvoorwaarden). Veel uitleg benadrukt dat je niet onbeperkt kunt wachten en dat je op tijd moet omzetten/regelen. De eerste uitkering moet uiterlijk ingaan op 31 december van het jaar na het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd.
Link naar deze vraagHet idee van lijfrente is een periodieke uitkering (maandelijks/kwartaal/jaar). "Alles in één keer opnemen" is in de regel niet de bedoeling binnen het fiscale regime; gebeurt dat wel, dan wordt dit vaak als afkoop gezien met fiscale gevolgen.
Link naar deze vraagDat hangt af van het soort lijfrente (tijdelijk/levenslang), de hoogte van je kapitaal en de regels die gelden bij de ingangsdatum. De uitkering is grofweg een functie van kapitaal, gekozen looptijd en (bij aankoop) rente/verwacht rendement.
Link naar deze vraagVaak kun je op het moment van uitkeren kiezen waar je de uitkering aankoopt (bank/verzekeraar), zolang het een toegelaten aanbieder is en je binnen de regels blijft. Voor banksparen wordt dit expliciet als mogelijkheid beschreven (omzetten bij eigen of andere aanbieder).
Link naar deze vraag- Koersrisico: je beleggingen kunnen dalen; je eindkapitaal is niet gegarandeerd.
- Timingrisico: als je vlak voor pensioen een daling krijgt, kan dat harder aankomen (afhankelijk van afbouwbeleid).
- Regelrisico: fiscale regels veranderen soms; daarom is het belangrijk om jaarlijks te checken.
Bij pensioenbeleggen kun je te maken hebben met:
- Beheerkosten/fondskosten.
- Service- of platformkosten.
- Transactiekosten (afhankelijk van aanbieder).
Kosten en scenario's moeten transparant in productinformatie staan (EID/KID) zodat je kunt vergelijken.
Link naar deze vraagVoor veel beleggingsproducten (incl. derde pijler pensioenproducten) moet er een Essentiële-informatiedocument beschikbaar zijn. Daarin staan o.a. risico-indicator, kostentotaal en rendementsscenario's zodat je producten beter kunt vergelijken.
Link naar deze vraagDe AFM signaleert dat het voor consumenten lastig kan zijn om aanbieders goed te vergelijken en dat fiscale regels complex zijn. Daarom is het verstandig om EID's naast elkaar te leggen en te letten op totale kosten, risicoprofiel, beleggingsbeleid en flexibiliteit.
Link naar deze vraagIn de aangifte inkomstenbelasting valt dit onder uitgaven voor lijfrente (uitgaven voor inkomensvoorzieningen). Je vult de betaalde inleg in en rekent die binnen je ruimte af.
Link naar deze vraagDe Belastingdienst vraagt je om je jaarruimte/reserveringsruimte te bepalen; aanbieders leggen stap-voor-stap uit hoe dit in de aangifte terugkomt.
Link naar deze vraagNiet "je inleg", maar je krijgt meestal een belastingteruggave of betaalt minder, afhankelijk van je situatie. Sommige bedragen kunnen in de vooraf ingevulde aangifte staan (bij lagere inleg), maar je moet altijd controleren.
Link naar deze vraagVervroegen kan soms binnen grenzen, maar je moet binnen de fiscale voorwaarden blijven. Veel uitleg benadrukt: wijkt je uitkeringsstart te veel af of regel je het verkeerd, dan kan het als afkoop worden gezien.
Link naar deze vraagAfkoop is het in één keer (of buiten de regels) opnemen van het opgebouwde vermogen. Dan kan er inkomstenbelasting over het geheel verschuldigd zijn en mogelijk een extra heffing (revisierente, doorgaans 20%) bij onjuiste/te vroege afwikkeling, waardoor netto veel minder overblijft.
Link naar deze vraagOverstappen/waardeoverdracht kan vaak, maar voorwaarden verschillen per aanbieder en je moet zorgen dat het fiscaal een "zuivere" voortzetting blijft (binnen lijfrentekader). De kern is dat het vermogen in het lijfrente-regime moet blijven.
Link naar deze vraagDan krijg je te maken met internationale aspecten: inkomsten kunnen in Nederland toch aangifteplichtig zijn, en belastingverdragen kunnen dubbele belasting beïnvloeden. Dit is sterk afhankelijk van land en situatie; de Belastingdienst geeft hiervoor algemene kaders bij buitenlandse inkomsten.
Link naar deze vraagEr zijn situaties waarin aftrek aan degene gekoppeld is die de inleg doet/het recht heeft; sommige uitleg benadrukt dat je de aftrek in de aangifte van de inlegger zelf verwerkt en niet vrij schuift. Check bij twijfel de Belastingdienstregels of adviseur.
Link naar deze vraag- Heb ik jaarruimte/reserveringsruimte? (Zo ja: hoeveel?)
- Wanneer heb ik het geld nodig, en kan ik het missen tot (rond) pensioen?
- Kan ik schommelingen aan? Beleggen kan dalen.
- Wat zijn de totale kosten en het risicoprofiel? (Check EID.)
Als je weinig risico wilt nemen, of als je (bijna) de uitkeringsfase nadert en je minder blootstelling aan aandelen wilt. Banken/rekentools wijzen vaak op het lagere risico/andere kenmerken.
Link naar deze vraagAls je een lange horizon hebt en koersschommelingen kunt uitzitten, omdat je meer tijd hebt om eventuele dalingen te herstellen en rendement op rendement effect kan meewerken.
Link naar deze vraagWaarschijnlijk wel. AOW is geen uitkering die je "verdient" met werken, maar met wonen. Je bouwt 2% AOW op voor elk jaar dat je in Nederland woont, binnen een venster van 50 jaar. Woon je 30 van die 50 jaar hier, dan krijg je 60% van de volledige AOW. Elk ontbrekend jaar kost je 2%.
Link naar deze vraagOver de 50 jaar direct vóór je AOW-leeftijd. Is je AOW-leeftijd 67, dan telt de periode vanaf je 17e mee. Veel mensen hebben de oudere regel onthouden ("vanaf je 15e"), maar die gold toen de AOW-leeftijd nog 65 was. De rekenhulp op deze site gebruikt je geboortedatum om het juiste venster te bepalen.
Link naar deze vraagJa. Het venster loopt door tot je AOW-leeftijd, dus toekomstige jaren in Nederland bouwen net zo goed 2% per jaar op. Iemand die op zijn 35e naar Nederland komt en tot zijn 67e blijft, bouwt 32 jaar op — dat is 64% AOW. Verhuis je later weer weg, dan stopt de opbouw op dat moment.
Link naar deze vraagSoms. De SVB kent een vrijwillige verzekering voor AOW en Anw voor mensen die niet meer verplicht verzekerd zijn, bijvoorbeeld omdat ze tijdelijk in het buitenland wonen of werken. Daar zit een strikte aanmeldtermijn aan (in beginsel binnen een jaar nadat je verplichte verzekering eindigt) en je betaalt premie. Voor een gat dat vóór je komst naar Nederland is ontstaan, kun je meestal niets meer inkopen — dan zijn de tweede en derde pijler (werkgeverspensioen en lijfrente) de manier om het verschil op te vangen.
Link naar deze vraagAls je in Nederland belastingplichtig bent over je inkomen, bouw je in principe op dezelfde manier jaarruimte op als iedereen: op basis van je premiegrondslag en je Factor A. Woon je in het buitenland maar werk je hier, dan hangt het af van of je als kwalificerende buitenlands belastingplichtige wordt aangemerkt. Juist voor expats is jaarruimte vaak relatief groot, omdat een onvolledige AOW en een kort werkgeverspensioen samen een groter gat achterlaten.
Link naar deze vraagDe onbelaste vergoeding uit de 30%-regeling telt doorgaans niet mee als pensioengevend loon. Je premiegrondslag — en daarmee je jaarruimte — is dan lager dan je bruto salaris doet vermoeden. Kijk op je jaaropgave welk bedrag als belastbaar loon staat: dat is de basis. Werkgevers gaan hier verschillend mee om, dus controleer het bij je salarisadministratie.
Link naar deze vraagJe opgebouwde lijfrente verdwijnt niet, maar er komen internationale regels bij kijken. Bij emigratie kan de Belastingdienst een conserverende aanslag opleggen over de eerder afgetrokken inleg; die hoef je meestal niet direct te betalen zolang je de lijfrente netjes volgens de regels laat uitkeren. Welk land uiteindelijk belasting heft over de uitkeringen, staat in het belastingverdrag met je nieuwe woonland. Dit is echt maatwerk — laat het toetsen voordat je vertrekt.
Link naar deze vraagDe AOW wordt naar veel landen uitbetaald, maar niet naar alle: Nederland betaalt sociale uitkeringen alleen uit aan landen waarmee een verdrag over handhaving en controle bestaat. Daarnaast kan je woonland invloed hebben op de belasting en op je zorgverzekering. Check je specifieke situatie bij de SVB voordat je plannen maakt.
Link naar deze vraagNee. De AOW is persoonsgebonden en stopt de maand na je overlijden. Er bestaat wel een nabestaandenuitkering van de SVB (Anw), maar de voorwaarden zijn streng: je partner moet een kind onder de 18 verzorgen of zelf voor minstens 45% arbeidsongeschikt zijn. Voldoet je partner daar niet aan, dan valt dit deel van het inkomen volledig weg. Wel is er een eenmalige overlijdensuitkering ter hoogte van ongeveer één maand AOW.
Link naar deze vraagDe meeste regelingen kennen een partnerpensioen. Een gangbare vuistregel is 70% van het ouderdomspensioen dat je zou krijgen, en vaak ook een wezenpensioen voor kinderen (meestal 14% of 20%).
Er is één verschil dat echt uitmaakt: opbouwbasis of risicobasis. Bij opbouwbasis is het partnerpensioen ingekocht en blijft het staan, ook als je van werkgever wisselt. Bij risicobasis is het een verzekering die loopt zolang je bij die werkgever werkt — stop je daar, dan vervalt de dekking op je laatste werkdag. Onder de Wet toekomst pensioenen is partnerpensioen vóór de pensioendatum gestandaardiseerd op risicobasis, met een maximum van 50% van je salaris. Wat voor jou geldt staat in je pensioenreglement en op je UPO onder het kopje nabestaandenpensioen.
Ga je uit dienst, vraag dan expliciet na wat er met de nabestaandendekking gebeurt. Vaak kun je die laten doorlopen tegen inlevering van wat ouderdomspensioen.
Link naar deze vraagNee, het opgebouwde kapitaal is niet weg, maar wat ermee mag gebeuren verschilt per product.
Bij banksparen (een lijfrenterekening of -beleggingsrecht) hoort het saldo bij je nalatenschap. Je erfgenamen moeten het in beginsel gebruiken voor een nabestaandenlijfrente; de Belastingdienst geeft ze daarvoor de tijd tot en met het tweede kalenderjaar na het jaar van overlijden. Nemen ze het geld gewoon op, dan geldt dat als afkoop en wordt er ineens belasting geheven.
Bij een verzekerde lijfrente hangt het van de polis af. Sommige polissen keren uit aan je partner of hebben een restitutieclausule; andere — vooral oudere — vervallen bij overlijden en dan blijft het kapitaal bij de verzekeraar. Ben je al aan het uitkeren, dan loopt een bankspaaruitkering door naar je erfgenamen voor de resterende termijn, terwijl een levenslange verzekerde uitkering doorgaans stopt tenzij die op twee levens is gesloten. Dit staat in je polisvoorwaarden en is het nakijken waard.
Link naar deze vraagJe spaargeld en beleggingen vallen in de nalatenschap. Voor een partner geldt een hoge vrijstelling van ruim € 800.000, en die wordt verminderd met de waarde van het nabestaandenpensioen dat je partner krijgt — een goed partnerpensioen kan de vrijstelling dus deels opeten. Voor kinderen ligt de vrijstelling veel lager, rond de € 25.000. Boven de vrijstelling gelden tarieven van 10% tot 20% voor partner en kinderen, en 30% tot 40% voor anderen.
Een nabestaandenlijfrente wordt anders behandeld dan spaargeld: daarover betalen de nabestaanden inkomstenbelasting over de uitkeringen, in plaats van erfbelasting over het kapitaal. Bedragen en vrijstellingen wijzigen jaarlijks; controleer ze bij de Belastingdienst.
Link naar deze vraagFactor A is de waarde van het pensioen dat je in één jaar via je werkgever hebt opgebouwd. Je pensioenuitvoerder rekent hem uit en zet hem op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Hoe meer je via je werk opbouwt, hoe hoger je factor A en hoe kleiner je jaarruimte.
In de berekening telt factor A 6,27 keer mee: je jaarruimte is 30% van je premiegrondslag (je inkomen min een AOW-franchise, tot een maximum) min 6,27 × factor A. Voor de jaarruimte van dit jaar gebruik je het inkomen en de factor A van vorig jaar.
Link naar deze vraagBouwde je vorig jaar geen pensioen op via een werkgever, dan is je factor A nul en telt alleen je inkomen. Bouwde je wel op, dan zet niet elk fonds factor A op het UPO, bijvoorbeeld na de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Vraag hem dan op bij je pensioenuitvoerder; vaak staat hij ook in de persoonlijke omgeving op hun website.
Werkte je bij meer werkgevers of had je meer pensioenregelingen, tel dan de factoren A bij elkaar op.
Link naar deze vraagHet Uniform Pensioenoverzicht is het vaste overzicht van je pensioenuitvoerder. Zolang je pensioen opbouwt, krijg je het elk jaar; heb je het fonds verlaten, dan eens in de vijf jaar. Er staat in wat je tot nu toe hebt opgebouwd, wat je kunt verwachten als je blijft werken, wat je partner krijgt als je overlijdt, en je factor A.
Link naar deze vraagLog met DigiD in op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je je AOW en het pensioen bij alle fondsen en verzekeraars waar je hebt opgebouwd. Je kunt dat overzicht als bestand downloaden en in de planner uploaden. Je AOW-datum, je AOW en je werkgeverspensioen zijn dan in één keer ingevuld.
Link naar deze vraag- Inkomensverklaring van de Belastingdienst
- Jaaropgave van je werkgever
- Aangifte inkomstenbelasting (die geeft vaak het inkomen van twee jaar en je betaalde lijfrentepremie)
- Uniform Pensioenoverzicht (UPO) van je pensioenfonds
- Jaaroverzicht van je lijfrente
- De download van mijnpensioenoverzicht.nl
Wat de planner niet uit een document kan halen, vul je zelf in.
Link naar deze vraagDat hangt af van je geboortedatum. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2025 tot en met 2027, en 67 jaar en 3 maanden in 2028 tot en met 2031. De overheid legt de leeftijd telkens vijf jaar vooruit vast en koppelt hem aan de levensverwachting. Je AOW gaat in op de dag dat je die leeftijd bereikt.
Voor latere jaren is de leeftijd nog niet bekend. De planner rekent dan met de laatst vastgestelde leeftijd; neem je een mijnpensioenoverzicht-download mee, dan gebruikt hij jouw datum.
Link naar deze vraagBij een volledige opbouw is de AOW voor een alleenstaande ongeveer 70% van het netto minimumloon. Woon je samen of ben je getrouwd, dan krijg je ieder ongeveer 50%. De bedragen veranderen op 1 januari en 1 juli.
Voor elk jaar dat je in de vijftig jaar vóór je AOW-leeftijd niet in Nederland woonde of werkte, gaat er 2% van je AOW af. Meer daarover staat in hoofdstuk 11.
Link naar deze vraagNee. De AOW gaat altijd in op je AOW-leeftijd. Wil je eerder stoppen met werken, dan overbrug je de jaren tot je AOW zelf: met spaargeld, een lijfrente die eerder ingaat, of een overbrugging uit je werkgeverspensioen (zie 16.3).
Link naar deze vraagOver AOW, werkgeverspensioen en lijfrente betaal je inkomstenbelasting in box 1. Vanaf je AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer. In de eerste schijf (tot € 38.883 in 2026) is het tarief daardoor 17,85% in plaats van 35,75%; daarboven gelden dezelfde tarieven als voor werkenden.
Daarnaast houdt de uitkeerder een bijdrage voor de zorgverzekeringswet van 4,85% in, en je heffingskortingen zijn na je AOW-leeftijd lager. De planner rekent je netto pensioen per pijler met deze regels uit.
Link naar deze vraagEen bekende vuistregel is 70% van je laatste brutoloon. Netto ligt dat vaak dichter bij wat je nu verdient, omdat je na je AOW-leeftijd minder belasting betaalt en kosten voor werk, hypotheek of kinderen vaak dalen.
Beter dan een vuistregel is je eigen bedrag. In de planner vul je je gewenste netto inkomen per maand in. Je ziet dan per jaar of je het haalt, hoeveel je tekortkomt en hoe lang je spaargeld meegaat.
Link naar deze vraagAlleen de staafgrafiek Inkomen per jaar in Je plan heeft een schakelaar voor 2% inflatie per jaar. Die staat standaard uit. Aanzetten toont de toekomstige bedragen in de grafiek in euro's van vandaag.
De pensioentotalen, Nu vs. straks, vermogensprojecties, je inkomenswens en het rapport blijven ongewijzigd. De schakelaar verandert alleen de weergave van de grafiek, niet je berekening.
Link naar deze vraagJe werkgeverspensioen kun je bij de meeste fondsen eerder laten ingaan. Het bedrag wordt dan lager, omdat het langer wordt uitbetaald; hoeveel lager staat in de regels van je fonds. De AOW kun je niet vervroegen, dus de jaren tot je AOW moet je overbruggen.
Een lijfrente mag ook vóór je AOW-leeftijd ingaan, maar moet dan langer lopen: minstens 20 jaar plus het aantal jaren dat je eerder begint (zie 17.1). In de planner kies je je stopleeftijd, de ingangsdatum per fonds en de start van je lijfrente, en zie je per jaar wat je overhoudt.
Link naar deze vraagJa. Je werkgeverspensioen kun je fiscaal tot vijf jaar na je AOW-leeftijd uitstellen; het bedrag wordt dan hoger. Een lijfrente moet uiterlijk ingaan op 31 december van het jaar na het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. De AOW zelf gaat altijd in op je AOW-leeftijd.
Link naar deze vraagBij hoog-laag krijg je de eerste jaren een hoger werkgeverspensioen en daarna levenslang een lager bedrag. Samen zijn ze evenveel waard als een gelijkblijvend pensioen. Het lage bedrag moet minstens 75% van het hoge zijn.
Vóór je AOW-datum mag daarnaast tot € 2.357 per maand (2026) extra worden uitgekeerd om de jaren tot je AOW te overbruggen. Hoe lang de hoge periode duurt, bepaalt je fonds; vaak is dat vijf of tien jaar. Een lijfrente kent geen hoog-laag.
Link naar deze vraagPensioenfondsen stappen over op een stelsel waarin iedereen een eigen pensioenvermogen heeft; uiterlijk op 1 januari 2028 moeten ze over zijn. Je pensioen beweegt daardoor meer mee met rendementen en rente. Bij je pensionering wordt het vermogen nog steeds omgezet in een levenslange uitkering.
Je UPO kan er na de overstap anders uitzien. Controleer daarna je bedragen en je factor A opnieuw.
Link naar deze vraagVoor kapitaal uit premies vanaf 2014 gelden deze regels:
- Bij een bank: start je vóór het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt, dan moet de looptijd minstens 20 jaar zijn plus de hele jaren dat je eerder begint. Wie drie jaar eerder start, zit dus aan minstens 23 jaar.
- Start je bij een bank vanaf je AOW-leeftijd, dan is de kortste looptijd 5 jaar. Loopt de uitkering niet door tot 20 jaar na je AOW-leeftijd, dan is ze in 2026 maximaal € 27.192 bruto per jaar.
- Bij een verzekeraar kan een levenslange uitkering altijd. Een tijdelijke uitkering duurt minstens 5 jaar, start pas in je AOW-jaar en is altijd maximaal € 27.192 per jaar.
- De eerste uitkering moet uiterlijk ingaan in het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. Is ze op 31 december van het jaar daarna nog niet gestart, dan geldt de lijfrente als afgekocht: je betaalt belasting over het hele bedrag en meestal ook revisierente.
- Is je lijfrente bij het begin van de uitkering niet meer waard dan € 5.513 (2026), dan mag je hem in één keer laten uitbetalen zonder revisierente. Andere lijfrenten bij dezelfde aanbieder tellen mee.
Dat hangt af van je kapitaal, de looptijd en de rente van de aanbieder. Een rekenvoorbeeld: € 120.000 bij 2,6% rente levert over tien jaar ongeveer € 1.135 bruto per maand op, over twintig jaar ongeveer € 640. Over de uitkering betaal je nog inkomstenbelasting.
De rentes verschillen per aanbieder en per looptijd, dus vergelijk ze voordat je kiest. Je hoeft niet uit te keren bij de partij waar je hebt opgebouwd.
Link naar deze vraagBij een bank kies je een vaste looptijd en weet je vooraf het bedrag. Overlijd je eerder, dan gaat het restant naar je erfgenamen.
Alleen een verzekeraar kan levenslang uitkeren. Je hebt dan inkomen tot je overlijden, maar wat er bij overlijden met het kapitaal gebeurt, hangt af van de polis. Verzekeraars rekenen met je leeftijd en eventueel je partner; voor een exact bedrag vraag je een offerte op.
Link naar deze vraagJa, bij een lijfrentebeleggingsrecht kun je doorbeleggen. Het bedrag dat je krijgt beweegt dan mee met de koersen: je hebt kans op een hogere uitkering, maar ook risico op een lagere. Een vaste uitkering geeft juist zekerheid over het bedrag. Veel mensen beleggen de eerste jaren nog een deel en zetten het dichter bij de einddatum vast.
Link naar deze vraagDe meeste aanbieders keren per maand uit, en veel ook per kwartaal, halfjaar of jaar. Niet elke bank biedt alle termijnen, dus kijk daar naar als je vergelijkt.
Link naar deze vraagNiet altijd. Voor kapitaal uit premies van vóór 2014, en voor een oudedagsverplichting (ODV), stakingswinst, een stamrecht of een geërfde lijfrente gelden eigen of overgangsregels, die vaak meer ruimte geven. Kijk in je polis of vraag het je aanbieder. In de planner kies je per kapitaal welk regime geldt.
Link naar deze vraagSpaargeld en beleggingen vallen in box 3. In 2026 is € 59.357 per persoon vrijgesteld. Over de rest betaal je 36% belasting over een verondersteld rendement: 1,28% op spaargeld (voorlopig) en 6% op beleggingen.
De planner neemt je vermogen mee als vierde pijler en laat zien hoe lang het meegaat als je er na je pensioen van leeft.
Link naar deze vraagEen lijfrente geeft nu belastingaftrek en valt niet in box 3, maar het geld staat vast tot je pensioen en de uitkering is later belast in box 1. Beleggen in box 3 houdt je geld vrij opneembaar, zonder aftrek en met een jaarlijkse box 3-heffing.
Heb je jaarruimte en kun je het geld missen tot je pensioen, dan levert een lijfrente netto vaak meer op. Heb je het geld eerder nodig, dan past box 3 beter. Veel mensen combineren beide.
Link naar deze vraagAls directeur-grootaandeelhouder kun je geld in je bv laten staan en later als dividend uitkeren. De bv betaalt vennootschapsbelasting over de winst: 19% tot € 200.000 en 25,8% daarboven. Over het dividend betaal je box 2-belasting: 24,5% tot € 68.843 per persoon en 31% daarboven.
Pensioen in eigen beheer kun je sinds 2017 niet meer opbouwen; een bestaand PEB is omgezet in een oudedagsverplichting of bevroren. In de planner kun je je bv als aparte pijler meenemen (nu nog in bèta).
Link naar deze vraagNa twee jaar ziekte krijg je in loondienst meestal een WIA-uitkering van ongeveer 70% van je loon (75% als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent), tot een maximumloon van € 80.887 per jaar in 2026. Je pensioenopbouw loopt via je werkgever vaak door, maar je jaarruimte en wat je kunt inleggen worden meestal kleiner. Als zelfstandige zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering heb je geen WIA.
In de planner zie je onder 'Wat als' wat arbeidsongeschiktheid of overlijden met je inkomen tot en na je pensioen doet.
Link naar deze vraagJe inkomen, factor A, pensioenbedragen en vermogen blijven in je eigen browser; wij bewaren ze niet op onze server. Een document dat je uploadt, wordt met hulp van AI gelezen om de bedragen eruit te halen en daarna niet bewaard.
Wil je ook dat niet, zet dan de privacymodus aan. Een taalmodel op je eigen apparaat leest dan je documenten en schrijft het advies, en er gaat niets naar ons of naar een AI-dienst. Dat werkt op apparaten die het ondersteunen.
Link naar deze vraagNee. De planner geeft berekeningen en rekenvoorbeelden op basis van de cijfers die jij invult en de fiscale regels van dit jaar. De keuze voor een product of aanbieder blijft van jou. Twijfel je, of gaat het om grote bedragen, schakel dan een onafhankelijk financieel adviseur in.
Link naar deze vraagJe jaarruimte en je belastingvoordeel bereken je gratis en zonder account op de pagina Jaarruimte berekenen. Voor de volledige planner, met je pensioenoverzicht, je plan, advies en het rapport, heb je een account nodig.
Link naar deze vraag